Afdeling 1: Principes

Art. 10. - § 1. - Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer beleidsdomeinen.

Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kunnen, naast gemeenten, aan het samenwerkingsvrband met rechtspersoonlijkheid uitsluitend autonome gemeentebedrijven, Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en de publieke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden bepaald door dit decreet, politiezones en hulpverleningszones deelnemen.

De zetel van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is altijd gevestigd op het grondgebied van een deelnemende gemeente in een gebouw dat toebehoort aan het samenwerkingsverband zelf of een deelnemende gemeente. (Decreet 13 mei 2016)

§ 2. - Privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1, in de volgende gevallen:
1° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van opdrachten als vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke persoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;
2° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van opdrachten als vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen. (Decreet 13 mei 2016)

Art. 11. - Het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is een publiekrechtelijke rechtspersoon met een rechtsvorm waarvan de kenmerken vastgesteld zijn krachtens de bepalingen van dit decreet.

Ongeacht haar doelstellingen hebben haar verbintenissen geen handelskarakter.
Voor al wat niet uitdrukkelijk geregeld is door dit decreet, zijn op het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid de bepalingen van toepassing van het wetboek voor de vennootschappen die gelden voor de vennootschapsvorm van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

Art. 12. - § 1. - De gemeenten beslissen over de beheersoverdracht overeenkomstig de statuten van het samenwerkingsverband.

Onder beheersoverdracht wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van door hen genomen beslissingen in het kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de deelnemende gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren.

§ 2. - Er bestaan vier drie vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid:

1° projectvereniging: een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven project te plannen, uit te voeren en te controleren;

2° dienstverlenende vereniging: een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven ondersteunende dienst te verlenen aan de deelnemende gemeenten, eventueel voor verschillende beleidsdomeinen;

3° opdrachthoudende vereniging: een samenwerkingsverband met beheersoverdracht waaraan de deelnemende gemeenten de uitvoering van een of meer duidelijk omschreven bevoegdheden met betrekking tot een of meer functioneel samenhangende beleidsdomeinen toevertrouwen.

4° opdrachthoudende vereniging met private deelname: een opdrachthoudende vereniging waaraan privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen overeenkomstig artikel 10, § 2, van dit decreet. (Decreet 13 mei 2016)

§ 3. - Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kan een opdrachthoudende vereniging met private deelname niet deelnemen aan de overige verenigingen, vermeld in paragraaf 2. (Decreet 13 mei 2016)

§ 4. - In wat volgt in dit decreet wordt met het begrip opdrachthoudende vereniging zowel de opdrachthoudende vereniging als de opdrachthoudende vereniging met private deelname bedoeld, tenzij anders bepaald. (Decreet 13 mei 2016)