Hoofdstuk III: Toetreding en uitsluiting

Artikel 12

De Algemene Vergadering besluit over de aanneming en de uitsluiting van de deelnemers, evenals over de over­dracht van aan­delen onder deelnemers op voorstel van de Raad van Bestuur.

Deze besluiten worden genomen met een drievierde meerder­heid van de geldig uitgebrachte stemmen van de vertegenwoordigde aandelen en met een drievierde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen van de vertegenwoordigde gemeenten.

 

Artikel 13

Op voorstel van de Raad van Bestuur kan een deelnemer wegens behoorlijk vastgestelde niet-uitvoering van zijn verbintenis­sen ten aanzien van de vereniging bij besluit van de Algemene Vergadering volgens de procedure opgenomen in het artikel 370 van het Wetboek van Vennootschappen uitgesloten worden.

 

Artikel 14

De toetreding of uit­sluiting van een deelnemer blijkt uit de lijst van deelnemers.

 

Artikel 15

Het ontslag na uit­sluiting wordt pas effectief op het einde van het boekjaar waarin het werd verleend, en voor zover alle nog aan de vereniging verschuldigde bedragen werkelijk zijn betaald, tenzij hieromtrent tussen de be­trokken partijen een overeenkomst is bedongen.

De uit­ge­sloten deelnemer met A-aandelen kan enkel aanspraak maken op zijn aandeel in de vereniging zoals blijkt uit de balans van het boek­jaar waar­in de uit­sluiting plaats grijpt. De uitge­sloten deelnemer met B-aandelen kan enkel aanspraak maken op de nominale waarde van zijn aandeel in de vereniging.

De terug­be­taling zal slechts geschieden drie maanden nadat de jaarrekening van het boekjaar waarin tot de uitsluiting werd beslist, werd vastgesteld door de Algemene Vergadering.