Subafdeling 2: Oprichting, toetreding, duur, verlenging, ontbinding

Art. 28. - De gemeenten die krachtens artikel 27 van dit decreet hun instemming hebben betuigd met het definitieve voorstel van het overlegorgaan kunnen, zonder daartoe verplicht te zijn, uiterlijk binnen drie maanden die volgen op de laatste beslissing tot goedkeuring, en rekening houdend met wat bepaald is in artikel 31 van dit decreet, een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging oprichten.

Het oprichtingsdossier omvat alle daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen, evenals de bijbehorende documenten waaronder het bestuursplan en het ondernemingsplan; het wordt gevoegd bij de oprichtingsakte.

Art. 29. - Als, naast gemeenten, aan de oprichting van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt deelgenomen door een of meer besturen als vermeld in artikel 10, omvat het oprichtingsdossier de beslissing van het orgaan dat daarvoor bevoegd is. Voor een deelnemende dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is dat altijd de algemene vergadering. Voor een deelnemende projectvereniging is dat de raad van bestuur. Voor een deelnemend Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn is dat de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. (Decreet 13 mei 2016)

Art. 30. - De oprichting van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging geschiedt bij akte, verleden voor de burgemeester van de gemeente waar de zetel gevestigd wordt. Onverminderd de wettelijke bepalingen met betrekking tot de inbreng van onroerende goederen, en het administratief goedkeuringstoezicht, verkrijgt de oprichtingsakte geldigheid op de datum van haar dagtekening door de ondertekening door de vertegenwoordigers van alle aan de oprichting deelnemende gemeenten en andere rechtspersonen. Ingevolge deze oprichting wordt het overlegorgaan ambtshalve ontbonden.

De oprichtingsakte omvat de statuten en alle eventuele bijlagen en wordt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na haar dagtekening aan de toezichthoudende overheid voorgelegd. Ze wordt goedgekeurd door de Vlaamse regering binnen een termijn van zestig kalenderdagen na haar ontvangst door de toezichthoudende overheid. Verstrijkt deze termijn zonder dat de Vlaamse regering een beslissing heeft genomen en verstuurd aan alle betrokken gemeenteoverheden, dan wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend.

De goedgekeurde oprichtingsakte wordt integraal bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad en wordt, samen met het volledige oprichtingsdossier, ter inzage van eenieder gelijktijdig neergelegd in de zetel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en bij de toezichthoudende overheid. Afschriften van de oprichtingsakte liggen ter inzage op de secretarie in de gemeentehuizen van alle deelnemende gemeenten.

Art. 31. - De dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd. De oprichting vindt in voorkomend geval plaats in de loop van de zes daaropvolgende maanden en het overlegorgaan blijft zolang in functie. Zijn leden verliezen van rechtswege hun mandaat en hun vervangers worden aangewezen op de eerste raadszitting die volgt op de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad.

Art. 32. - De toetreding van een gemeente of van een provincie tot of de uitbreiding van haar hun aansluiting bij een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, is afhankelijk van een daartoe strekkende beslissing van de gemeenteraad of de provincieraad op basis van een onderzoek, eventueel vergelijkend in de mate dat er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden. (Decreet 13 mei 2016)

De toetredingsbeslissing van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt genomen door de algemene vergadering. De toetredingsbeslissing van een projectvereniging wordt genomen door de raad van bestuur.

Alle toetredingen worden aanvaard door de algemene vergadering van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.

Art. 33. - De verbodsbepaling van artikel 31 van dit decreet inzake de periode van oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging geldt voor iedere toetredingsbeslissing op grond van het voorgaande artikel.

Aan een toetreding of uitbreiding van aansluiting kan geen terugwerkende kracht worden verleend.

Art. 34. - Tijdens de bij de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging vastgestelde duur die, behoudens wat bepaald is in artikel 36 van dit decreet, achttien jaar niet mag overschrijden, is geen uittreding mogelijk.

Binnen de opdrachthoudende verenigingen, die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werden aangewezen als distributienetbeheerder is evenwel uittreding ten gevolge van een gebiedsuitwisseling mogelijk mits de gemeente en de betrokken opdrachthoudende verenigingen daarmee instemmen en afspraken hebben over de modaliteiten tot uitvoering ervan. (Decreet 27 november 2015)

Een deelnemer kan door de algemene vergadering worden uitgesloten op de wijze die wordt bepaald in de statuten wegens behoorlijk vastgestelde niet-naleving der verbintenissen ten opzichte van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.

Art. 35. - Na afloop van de statutair bepaalde duur kan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan achttien jaar.

Op verzoek van de gewone meerderheid van het totale aantal deelnemers en op voorwaarde dat dit verzoek gedragen wordt door een drievierde meerderheid van het aantal deelnemende gemeenten, kan de laatste algemene vergadering die het verstrijken van de duur voorafgaat, tot de verlenging beslissen met een drievierde meerderheid van het aantal stemmen. De daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen worden bij het verslag van de algemene vergadering gevoegd en zijn gebaseerd op een onderzoek, eventueel vergelijkend in de mate er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden.

Uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die beslist over de verlenging wordt de agenda door de raad van bestuur aan alle deelnemers toegezonden.

De deelnemers die niet wensen te verlengen kunnen daartoe niet verplicht worden en houden op deel uit te maken van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging op het einde van het jaar waarin tot de verlenging door de algemene vergadering is beslist. Vooraf leggen zij hun daartoe strekkende beslissing voor die wordt gevoegd bij het verslag van de algemene vergadering. Ze moeten de door hen aangegane contractuele verbintenissen naleven, maar zijn voor het overige geen schadevergoeding verschuldigd. De voorlaatste en de laatste leden van artikel 37 van dit decreet zijn op hen van toepassing.

Deelnemers die nalaten over de verlenging te beslissen of hun beslissing mee te delen, worden geacht verder deel uit te maken van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.

Art. 36. - Indien de duur van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging verstrijkt in de loop van het jaar waarin de verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, wordt over de verlenging pas beslist in het daaropvolgende jaar, zowel door de betrokken gemeenteraden als door de eerste algemene vergadering in de loop van dat jaar. Zolang wordt de oorspronkelijke duurtijd verlengd.

Art. 37. - Op verzoek van drievierde van het aantal deelnemende gemeenten, en aan de hand van de daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen, kan de algemene vergadering met een drievierde meerderheid van het aantal stemmen tot de vervroegde ontbinding van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging beslissen.

Bij ontbinding krachtens het voorgaande lid of door het verstrijken van de statutair bepaalde duur die niet verlengd wordt, wijst de algemene vergadering die de ontbinding vaststelt, de vereffenaars aan op dezelfde wijze als bepaald is voor de bestuurders. Een beperkt college van vereffenaars kan samengesteld worden op dezelfde wijze als een directiecomité. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.

Het voltallige personeel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt overgenomen, hetzij door de deelnemers, hetzij eventueel door de overnemers van de activiteit, in verhouding tot de kapitaalinbreng of overeenkomstig de onderling bereikte akkoorden, en zonder dat de personeelsleden door deze plicht tot overname gebonden zijn.

De nieuwe werkgever waarborgt de rechten die de vereniging op het ogenblik van haar ontbinding, hetzij statutair, hetzij contractueel voor de werknemers vastgesteld had. Het door een gemeente overgenomen personeel komt, met behoud van zijn geldelijk statuut, terecht in een overgangskader dat geen invloed heeft op de personeelsformatie en uitdovend is.

De gemeenten hebben een recht van voorkeur op overneming van de op hun grondgebied gelegen installaties tegen boekwaarde. (Decreet 13 mei 2016)