Subafdeling 5: Werking

Art. 62. - De dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kan bij gemotiveerd besluit van de raad van bestuur leningen aangaan en giften of toelagen ontvangen.

De algemene vergadering of de door haar daartoe gemachtigde raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging stelt de tarieven vast, met naleving van de wettelijk voorgeschreven formaliteiten.

De dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kan door de Vlaamse regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot de onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutaire doelstellingen.

Art. 63. - Het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal mag niet lager zijn dan het bedrag dat terzake voorgeschreven is voor de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, en wordt ter belope van één derde volgestort.

De deelneming van één of meer provincies samen mag niet meer bedragen dan 20% 30 procent van het totale maatschappelijk kapitaal. Het aantal stemmen waarover iedere provincie beschikt, wordt statutair bepaald, met dien verstande dat de deelnemende provincies samen nooit over meer dan 25 procent van het totale aantal statutair bepaalde stemmen kunnen beschikken. (Decreet 30 april 2009)

Het kapitaal wordt niet geïndexeerd en wordt vertegenwoordigd door aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.

Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet volgens economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura, worden gewaardeerd op grond van een verslag van de revisor en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.

De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn slechts aansprakelijk ten belope van hun inbreng.

Bij de statuten wordt een register gevoegd waarop iedere deelnemer is vermeld, met aanduiding van de aandelen en winstbewijzen die hem zijn toegekend.

Art. 63bis. - In de opdrachthoudende vereniging met private deelname is een inbreng van privaatrechtelijke personen toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° de inbreng kan geen controle of blokkerende macht opleveren;
2° de privaatrechtelijke personen kunnen geen beslissende invloed op de vereniging uitoefenen;
3° de gezamenlijke inbreng van de privaatrechtelijke personen mag niet meer bedragen dan 49 % van het totale maatschappelijk kapitaal. (Decreet 13 mei 2016)

Art. 64. - De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt met betrekking tot de boekhoudkundige verrichtingen.

Art. 65. - In de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen worden de jaarrekeningen vastgesteld door de algemene vergadering in de loop van het eerste semester van het volgende boekjaar aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor. Samen met de uitnodiging worden deze documenten ter beschikking gesteld van de deelnemende gemeenten, die het mandaat van hun afgevaardigde terzake bepalen.

De algemene vergadering verleent terzelfder tijd kwijting aan de bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités (Decreet 1 juni 2012) en de revisoren.

Art. 66. - Indien de jaarrekeningen niet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 65,  eerste lid (Decreet 18 januari 2013), dan wordt, binnen een termijn van negentig kalenderdagen, een nieuwe algemene vergadering bijeengeroepen waaraan de gewijzigde rekeningen, met naleving van de procedure in artikel 65, worden voorgelegd. Bij herhaalde niet-vaststelling wordt artikel 75octies (Decreet 18 januari 2013) van dit decreet toegepast.

Art. 67. - De jaarrekeningen worden, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na hun vaststelling door de algemene vergadering, door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België, met vermelding dat ze nog onderworpen zijn aan het administratief toezicht.

Binnen een termijn van dertig kalenderdagen wordt de Nationale Bank van België op de hoogte gebracht van het verstrijken van de in het voorgaande lid bepaalde termijn.

Art. 68. - Wanneer ten gevolge van geleden verlies het netto- actief van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging gedaald is tot minder dan de helft van het vast gedeelte van het kapitaal, moet de algemene vergadering bijeenkomen binnen een termijn van ten hoogste zestig kalenderdagen nadat het verlies is vastgesteld om te beraadslagen en te beslissen over een door de raad van bestuur opgesteld saneringsplan.

De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstellen in dit saneringsplan dat uiterlijk drie weken voor de algemene vergadering aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid wordt voorgelegd, samen met de oproepingsbrief en alle bijbehorende documenten waaruit de noodzaak van het saneringsplan blijkt.

De algemene vergadering beslist onder de voorwaarden bepaald in artikel 39 van dit decreet. Indien het saneringsplan niet of in onvoldoende mate wordt aanvaard, kan artikel 75 van dit decreet worden toegepast.

Art. 69. - De raad van bestuur stelt binnen een termijn van drie maanden na de goedkeuring van de statuten van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en na onderhandelingen conform de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en de uitvoeringsbesluiten daarbij, een administratief en geldelijk statuut op, met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur, en in voorkomend geval, een arbeidsreglement conform de wettelijke bepalingen die gelden voor het contractuele personeel.

Het administratief en geldelijk statuut en het arbeidsreglement worden meegedeeld aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid.

De raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is bevoegd voor alle personeelsaangelegenheden, maar kan al wat betrekking heeft op de uitvoering van het administratief en geldelijk statuut en het arbeidsreglement, in het kader van het individuele personeelsbeheer, verder delegeren.

Art. 70. - In de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen legt de raad van bestuur aan de jaarvergadering, die telkens plaatsvindt in de loop van het eerste werkingsjaar na het jaar waarin verkiezingen voor de algehele hernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, een evaluatierapport voor over de werking van de vereniging. Dat rapport bevat een nieuw ondernemingsplan voor de komende zes jaar of een gemotiveerd voorstel het samenwerkingsverband te beëindigen met inachtneming van de statutair bepaalde rechten van de deelnemers. De eerste evaluatieperiode kan korter zijn dan zes jaar, gelet op de datum van oprichting.

Alle deelnemers ontvangen dit rapport uiterlijk zes weken voor de datum van de jaarvergadering en bepalen het mandaat van hun vertegenwoordiger.

Art. 70bis. - De dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging rapporteert aan de Vlaamse Regering over haar werking. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de periodiciteit en de wijze van rapportering. Deze rapportering heeft niet tot gevolg dat een termijn om toezicht uit te oefenen als vermeld in hoofdstuk IV een aanvang neemt. (Decreet 18 januari 2013)