2. Autonoom karakter

De inzet van de actualisering van het B&O model is het vrijwaren van de werkingsautonomie van de drie activiteitencentra (cfr beslissing van het Bestuurscomité dd. 16/10/09,  punt 2).

Elke activiteitencentrum heeft inderdaad voor wat haar eigen kernopdracht betreft een eigen specifieke missie, visie, doelstellingen, wat zich vertaalt op de diverse beleidsdomeinen (financiële, personeel, etc...). Ze hebben elk ook hun eigen beleidskader (Welzijn, Onderwijs, Werk) en reglementering. De respectievelijke, subsidiërende overheden financieren deze activiteitencentra op voorwaarde dat ze autonoom functioneren.

Uiteraard zijn er grenzen aan deze werkingsautonomie.

Meer wordt duidelijk door te verwijzen naar de  verhelderende tekening.