2. Visie die achter het B & O model zit

In functie van een optimale dienstverlening van IGL dient het nieuwe model rekening te houden met volgende doelstellingen.

 

2.1. Werkingsautonomie en verzelfstandiging: de primaire doelstelling

IGL staat voor het welzijn van kwetsbare mensen. Dit vormt de overkoepelende missie. Elk activiteitencentrum moet vanuit zijn eigenheid een bijdrage leveren aan de overkoepelende missie.

Elk activiteitencentrum moet voor zijn kernopdracht op zijn geëigende, zelfstandige en autonome manier zijn missie, visie en doelstellingen kunnen realiseren: primaire doelstelling. De instellingen staan voor de primaire activiteiten van IGL. Zij vormen met andere woorden de bestaansreden van IGL.

Elke directeur is bevoegd voor de kernopdracht - en de daaruit voortvloeiende handelingen – van zijn eigen activiteitencentrum. Hij is eindverantwoordelijk voor het beheer van de beleidsdomeinen, diensten, taken en opdrachten die inherent zijn aan het leiden van een activiteitencentrum. De beleidsdomeinen, diensten, taken en opdrachten vindt men terug in het functieprofiel en stroken met de werkingsautonomiegedachte.

Concreet betekent dit dat elke directeur eindverantwoordelijke is voor de missie, visie, doelstellingen, strategie, kernactiviteit (zorg, onderwijs, opleiding), personeel, veiligheid, gezondheid en welzijn, financiën/boekhouding, structuur, cultuur, informatica, administratie, aankoop, logistieke dienst, kwaliteit, interne communicatie, externe communicatie, ... van zijn activiteitencentrum.

 

2.2. Samenwerken en ondersteunen: de secundaire doelstelling

De voordelen van de IGL koepel moeten maximaal aangesproken worden: de IGL context kan een belangrijke helpende en ondersteunende rol spelen in het bereiken van de primaire doelstellingen van elk activiteitencentrum.

De beschikbare personele en infrastructurele middelen binnen de IGL koepel (directeuren, medewerkers, infrastructuur, kennis, ... ) kunnen geoptimaliseerd worden door een rechtstreekse samenwerking tussen de directeuren van de drie activiteitencentra (via het directiecomité): de secundaire doelstelling.

Tussen de directeuren van de activiteitencentra moet afgesproken worden waarin men van elkaar wenst te leren en wie behoefte heeft aan welke diensten en wie welke diensten kan verlenen. De principes van shared learning en shared services kunnen hiervoor ingezet worden.

Gezien de kernopdracht van de drie activiteitencentra (zorg, onderwijs, opleiding) van elkaar verschillen gaat de samenwerking in hoofdzaak over de “niet— kernactiviteiten”.

De samenwerking gaat met andere woorden over de ondersteunende beleidsdomeinen.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen drie vormen van samenwerking:

  • De ad hoc samenwerking (vb. een in de tijd gelimiteerd project);
  • De structurele en duurzame samenwerking (vb. het opzetten van een gezamenlijke dienst);
  • De verplichte samenwerking binnen de context van IGL als rechtspersoon (vb. het voeren van één boekhouding).

In samenspraak worden er ondersteuningscellen/dienstverleningscellen gecreëerd die de directeuren ondersteunen bij het voeren van hun beleid. Operationele directeuren kunnen verantwoordelijk gemaakt worden voor het aansturen van deze ondersteuningscel en  de dienstverleningscellen.